Spiegels

De kat in het raam rekt zich uit. Soepel en elegant maakt ze de sprong naar de tafel en mist op een haar na – haar baasje had de tafel gister verschoven om ruimte te maken voor die jonge vrouw in een rolstoel. Enigszins beduusd landt de kat, toch op vier poten en ruim een meter lager dan verwacht, op haar soezende broertje. Voor ik er erg in heb breekt er een lach door op mijn gezicht.

Ik doe mijn ogen dicht. Achter mijn oogleden loopt een andere kat vastberaden naar jou toe om gekroeld te worden. Jij stort je vol op die opdracht en aait, streelt en stoeit terwijl je lieve woordjes mompelt die ze niet verstaat, maar misschien wel begrijpt. Je kijkt even op en in mijn ogen. Nu vertel je de kat over mij en jou en we lachen. Vastberaden loop je naar me toe om gekroeld te worden en ik stort me vol op die opdracht.

Ik doe mijn ogen open. De jonge vrouw zit in haar rolstoel met de twee katten op schoot. Ze praat enthousiast met haar handen en lacht met de buurvrouw, maar ik zie alleen de rolstoel en hoor de lach van een oude man die zijn vrouw op de kast probeert te jagen. De helft van zijn gezicht hangt wat lager en hij kan maar één hand gebruiken om zijn mopperende vrouw naar zich toe te trekken. Dat is de hand die ik vasthoud op zijn laatste avond, als hij te moe is om zijn ogen te openen. De hand die in de mijne knijpt als ik afscheid neem. Voor ik er erg in heb lopen er tranen over mijn wangen.

De twee vrouwen nemen ook afscheid, maar ik weet dat ze elkaar hier volgende week weer vinden. Sinds ik ben gaan zitten, zijn de minuten, uren en dagen voorbijgegleden en ik leef met deze mensen mee. Niet met hun leven, maar wat dat van hen mij soms toch nog laat voelen. Ik vraag mezelf waar mijn eigen verhaal verder gaat, maar het blijft nog even stil.

In die stilte sta ik op om open te doen voor een jonge vrouw in een rolstoel. De katten komen al verwachtingsvol aangelopen.

7